Sepsis

Het sepsis syndroom is een ten gevolge van de aanwezigheid van bacteriën en/of de door hen geproduceerde toxinen duidelijk omschreven klinisch syndroom. Belangrijk zijn symptomen van infectie zoals hypo-/hyperthermie, tachypnoe en tachycardie en kenmerken van verminderde orgaandoorbloeding of orgaanfunctie (bv lactaatacidemie, hypoxie). Bij pasgeborenen zijn de verschijnselen vaak aspecifiek. Na afname van kweken (bloed, liquor en urine) wordt, afhankelijk van leeftijd, gestart met de hieronder beschreven antibiotica.

Bij sepsis met een bekende verwekker wordt na vaststelling van het antibiogram gericht met antibiotica behandeld. De duur van de antibiotische behandeling is afhankelijk van de verwekker.

Sepsis neonataal


Verwekker onbekend

Early-onset neonatale sepsis (<72 uur)

verdenking meningitis

1e keuzecefotaximi.v.-
+amoxicillinei.v.-

géén verdenking meningitis

1e keuzebenzylpenicillinei.v.-
gentamicinei.v.-

Late-onset neonatale sepsis (>72 uur, <4 weken)

community-acquired, meningitis niet uitgesloten

1e keuzecefotaximi.v.-
+amoxicillinei.v.-

community-acquired, meningitis uitgesloten

1e keuzecefotaximi.v.-


Sepsis niet-neonataal


Verwekker onbekend

1 maand - 18 jaar

1e keuzeceftriaxoni.v.-
+gentamicinei.v.-
  • bij sepsis is éénmalig gentamicine van belang voor het verbreden van het spectrum gezien de lokale resistentie data


Verwekker bekend

(bij patiënten met duidelijk focus; zie orgaandiagnose voor therapieduur)

Escherichia coli en andere Enterobacteriaceae

bij bewezen gevoeligheid:

< 1 maandcefotaximi.v.gedurende 2 weken
> 1 maandceftriaxoni.v.gedurende 2 weken

Haemophilus influenzae ß-lactamase negatief

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzeamoxicillinei.v.gedurende 10 dagen

In geval van Haemophilus influenzae type b: Chemoprofylaxe van contacten kan geïndiceerd zijn, met als doel voorkoming van ziekte door eliminatie van dragerschap bij contacten van de indexpatiënt. Zie LCI protocol.

Haemophilus influenzae ß-lactamase positief

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzeamoxicilline/clavulaanzuuri.v.gedurende 10 dagen

In geval van Haemophilus influenzae type b: Chemoprofylaxe van contacten kan geïndiceerd zijn, met als doel voorkoming van ziekte door eliminatie van dragerschap bij contacten van de indexpatiënt. Zie LCI protocol.

Listeria monocytogenes

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzeamoxicillinei.v.gedurende 2 weken
+tobramycinei.v.*gedurende 3 dagen

Neisseria meningitidis

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzebenzylpenicillinei.v.gedurende 7 dagen

Voor chemoprofylaxe zie ‘Profylaxe meningokokken meningitis’. Chemoprofylaxe is geïndiceerd voor gezinsleden en zeer nauwe contacten.

Staphylococcus aureus

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzeflucloxacillinei.v.gedurende 2 weken

Streptococcus agalactiae (groep B streptokokken, GBS)

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzebenzylpenicillinei.v.gedurende 10 dagen

Streptokokken (groep A en pneumoniae)

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzebenzylpenicillinei.v.gedurende 7 dagen
+ eventueelclindamycinei.v.bij toxic shock syndroom

Anaërobe bacteriën (o.a. Bacteroides spp.)

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzemetronidazoli.v.gedurende 2 weken

Enterococcus faecalis

bij bewezen gevoeligheid:

1e keuzeamoxicillinei.v.gedurende 2 weken

* vervolgdosis altijd in overleg met ziekenhuisapotheker op basis van spiegels